PDD-NOS

PDD-NOS is de afkorting van Pervasive Development Disorder – not otherwise specified, oftwel Pervasieve Ontwikkelings Stoornis, niet anderszins omschreven. Pervasief komt uit het latijn en betekent ’doordringen’. Het gaat om problemen die doordringen in de verschillende ontwikkelingsgebieden van kinderen. Denk hierbij aan problemen zoals: motorische ontwikkeling, prikkelverwerking, taalontwikkeling maar vooral aan problemen met het ’sociale snapvermogen’, het vermogen om zich te richten op anderen en het eigen gedrag in sociale situaties goed te sturen.

PDD-NOS wordt ook wel aangeduid als een ondergrensconditie of een restcategorie van autisme; er zijn kenmerken van autisme maar niet genoeg om zo genoemd te worden.

Kernproblemen
Er is een verminderde geneigdheid zich, met aandacht en interesse, op de sociale buitenwereld te richten en hiervoor open te staan.

Daarnaast, of mede daardoor, is er een zwakte in de ontwikkeling van sociaal inzicht en sociaal gevoel. Feitelijke informatie krijgt niet de juiste betekenis of wordt niet op een voor ieder invoelbare manier geïnterpreteerd. Het lukt een kind niet om personen, situaties en gebeurtenissen in het juiste perspectief te zien, tegen elkaar af te wegen en ten opzichte van elkaar op de juiste plaats te zetten. Hierdoor is het kind onvoldoende op de goede manier georïenteerd op en verankerd in wat er om hem heen gebeurt. Het kind functioneert te veel los van de sociale context waarin het zich begeeft.

Daardoor bestaat er een ernstige handicap om het eigen handelen te sturen, in juiste verhouding tot en afgestemd op wat het meemaakt. Het gedag hangt als het ware te los in de lucht (raakt kant nog wal). Op zichzelf normale gedragingen zijn te heftig, van te korte of te lange duur, te veel, te eenzijdig of te zwak. Kortom, de juiste afstemming ontbreekt. Daarbij kan het gedrag meer chaotisch, of juist meer rigide (star) van aard zijn.

Als de druk van informatie wordt vergroot, bijvoorbeeld door plotse onverwachte veranderingen, dan wordt het kind angstig, verzet hij zich, nemen het inzicht en het overzicht af en de gedragsproblematiek toe.

Extra problemen
De kernproblemen staan centraal bij kinderen met een PDD-NOS. Dat wil zeggen dat ze bij alle kinderen met een PDD-NOS, in meer of mindere mate, een rol spelen. Daarnaast zijn er vaak nog andere problemen. Voor een aantal van deze extra problemen geldt dat we deze vooral op jongere leeftijd zien en dat ze nogal eens ‘verbleken’ bij het ouder worden. Juist door de extra problemen kunnen kinderen met een PDD-NOS onderling sterk verschillen in de wijze waarop ze zich gedragen. Deze extra problemen zien we veel vaker, maar dan in ernstiger mate, bij kinderen met autisme.

  • Stereotiepe manier van reageren op interne en externe prikkels
  • Problemen in de ontwikkeling van de taal en het praten
  • Problemen in de verstandelijke ontwikkeling: de intelligentie
  • Problemen in de ontwikkeling van het bewegen: de motoriek

Co-morbiditeit
Tenslotte heeft een aantal kinderen met een PDD-NOS ook nog andere typen van problemen. Er is dan als het ware sprake van een dubbele stoornis. We noemen dat ‘co-morbiditeit’.

  • aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit: ADHD
  • tics: het syndroom van Gilles de la Tourette
  • angststoornissen
  • dwangstoornissen
  • depressies (in de put zitten). Dit is echter meer uitzonderlijk.

Wat is de oorzaak van PDD-NOS?
Hoe kan het gedrag van een kind met PDD-NOS er uit zien?
Wat zijn de gevolgen voor opvoeding en gezin?
Kan PDD-NOS overgaan?

« Terug